|
|
|||
| Blind date | |||
1. “Excusez-moi, pouvez-vous m’aider s’il vous plaît? ” Kunt u mij helpen alstublieft? Ik ben op bezoek geweest bij een kennis, aan de rand van Parijs, net binnen de Periferique. Gezellig gekletst, lunch, glaasje wijn. Nu, laat in de middag, wandel ik naar het metrostation om naar mijn hotelletje terug te gaan. Vanavond wil ik de stad in. Ik loop langs zo’n brede Parijse boulevard, waar het verkeer langs me heen raast. Ik had me deze wandeling kunnen besparen als ik voor de bus had gekozen in plaats van de metro, maar het is lekker weer en ik houd van de metro. Degene die me om assistentie verzoekt, staat een beetje verloren op het trottoir. Zijn probleem is duidelijk: met een lange rood-witte stok in de hand en een heel donkere zonnebril op zijn neus, stad hij aarzelend op een tiental meters van een kruisende straat. Er zijn hier geen verkeerslichten en de automobilisten hebben vooral aandacht voor het kruisende verkeer. Ik neem hem bij de arm. Hij klemt mijn arm onder die van hem vast, alsof hij bang is om me kwijt te raken. Zijn stok zoekt tikkend de weg, totdat hij de diepte van de stoeprand waarneemt. Het is hier een flinke afstap, zeker zo’n dertig centimeter. Het is niet onterecht dat hij even om hulp gevraagd heeft, want ondanks de opgeheven stok razen er nog een paar auto’s voorbij. Pas als het verkeer op alle vier rijbanen tot stilstand is gekomen, zeg ik: “Kom, het is veilig.” We kruisen de straat. Ik knik vriendelijk naar de bestuurders van de voorste auto’s in de snel langer wordende rijen. “Merci bien,” zegt jongen, dank u wel. “Graag gedaan.” Hij is nog niet eens zo oud, zie ik nu ik hem wat beter bekijk. Rare gedachte eigenlijk, maar ik associeer blindheid met bejaardheid. Ik schat deze knul maar een paar jaar ouder dan ik zelf ben. Een lok van zijn donkere haar hangt achteloos over zijn voorhoofd. Hij heeft een stoppelbaard van minstens drie dagen. ‘Zou dat zijn omdat hij zichzelf niet kan scheren?’ vraag ik me af. Achter ons is het verkeer weer op gang gekomen en wij weten niet goed wat nu te doen. Ik niet in elk geval, mee doordat hij mijn arm nog steeds vast houdt.
2. “Nou, dan ga ik maar weer eens,” zeg ik en ik probeer tevergeefs een luchtige klank in mijn stem te leggen. “Ja natuurlijk,” zegt hij, maar hij laat mijn arm nog steeds niet los. “Of misschien…, “ gaat hij verder, “ik woon hier vlak bij. Hebt u misschien zin in een glaasje wijn?” Het is tegen mijn gewoonte om met iemand die ik nog geen drie minuten ken mee naar huis te gaan, maar van deze knul heb ik toch niets te vrezen? En ik kan me voorstellen dat hij maar zelden aanspraak heeft. Dus zonder er nog veel langer over na te denken stem ik in. Arm in arm wandelen we verder. Zijn stok rustig tikkend op het trottoir. Een jonge vrouw komt ons tegemoet. Ze heeft lang, blond haar. Ze kijkt met een wat vreemde, fronsende blik in onze richting. Een moment lang kijkt ze me recht in de ogen. Ik kan die blik niet helemaal peilen. Is het medelijden? Afkeer? Boosheid? Of een mengsel van alle drie? Dan passeren we elkaar al, haar hakken tikken nijdig op de betonnen tegels. De jongen aan mijn arm heeft niets gemerkt. “Komt u uit het buitenland?” vraagt hij. Ik mag dan redelijk Frans spreken, mijn accent laat zich niet verloochenen. “Ja, uit Nederland.” “Ah, leuk. Ik ben een keer in Amsterdam geweest… eeuh…” Hij denkt even na. “… Leidsplein, Leidsestraat, Spui. Mooie stad.” “Ja.” “En de grachten...” Hij spreekt het uit als ‘kragggten’. “Ja, die zijn ook erg mooi om te zien.” Ik heb het nog niet gezegd als ik me realiseer… Hij neemt het luchtig op. “Ja, die zijn heel mooi om te zien,” lacht hij. Ik lach nerveus een beetje mee en zeg maar even niets meer. Hij brengt het gesprek weer op gang: “Bent u hier op vakantie?” “Ja, voor een weekje. Maar zeg alsjeblieft geen ‘U’. Ik heet Anna.” “Anna.” Het is alsof hij mijn naam proeft op zijn tong. “Mooie naam. Ik heet Philip.” Dan zijn we er al. Hij heeft een appartement in zo’n statig gebouw uit het einde van de negentiende eeuw. Tegen het etiquette-voorschrift in laat hij me voor gaan op de trap. In dit geval maakt het niet zo veel uit, hij kan me toch niet onder mijn rok kijken. Raar genoeg heb ik toch dezelfde kriebelige gewaarwording die ik anders ook heb als iemand achter me loopt. Het is alsof ik zijn blik op mijn kont gericht voel. Het gebouw is oud, een renovatie zou geen kwaad kunnen. Verf bladdert hier en daar en de vloerbedekking vertoont kale plekken, waar duizenden keren een schoenzool een draaiende beweging heeft gemaakt onderaan elke trap. De trappen zijn nauw en steil. Op elke verdieping zijn vier deuren. In de film zou een nieuwsgierige buurvrouw om de hoek van één van de deuren gluren om te kijken wie er de trap opkomt, maar in werkelijkheid blijven alle deuren dicht. Philip’s appartement is op de vierde verdieping.
3. Wat had ik eigenlijk verwacht van zijn woning? In elk geval niet dat hij er alleen zou wonen. Toch is het zo. Het is niet groot, twee kamertjes en een piepklein keukentje. Hier aan de achterkant dringt het lawaai van het verkeer nauwelijks door. Wel gaat er elke paar minuten een trilling door het hele gebouw als er onder de straat een metro passeert. Steeds rinkelen de ruiten dan even. Af en toe klinken de sirenes van een voorbijsnellende reddingswagen van de SAMU. De inrichting doet duidelijk denken aan een vrijgezellenflat, maar dan wel een heel erg nette. Dat moet ook wel besef ik al ik hem doelbewust tussen de meubels door zie manoeuvreren. Zijn roodwitte stok staat in een hoek in het halletje. “Ga zitten,” zegt hij en wijst op de bank. De plek rechts op de bank lijkt zijn vaste plaats te zijn, dus ik ga links zitten. Er staan nog twee andere stoeltjes in de kamer, maar die zien er niet zo comfortabel uit een ze staan ook een beetje afgezonderd bij de wand. Verder zijn er een salontafel en een hoge tafel met twee stoelen. Behalve een dure audio-installatie is er vreemd genoeg ook een kleine tv. De afstandsbedieningen liggen op de salontafel, onder handbereik. “Rouge?” vraagt Philip vanuit het keukentje. “Graag.” Ik weet niet goed wat ik moet: opstaan om hem te helpen, of juist blijven zitten? Ik besluit het laatste. Dat is de juiste keus, blijkt als hij met twee glazen rode wijn aan komt lopen en ze feilloos op het tafeltje voor me zet. Hij gaat naast me op de bank zitten, pakt de ene afstandsbediening en zet zachtjes een rustig muziekje aan. Dan pakt hij één van de glazen weer op en zegt: “Santé.” “Proost,” antwoord ik als ik het andere glas gepakt heb. Zachtjes tikken ik mijn glas tegen dat van hem, dan nemen we elk een slok. Ik zit een beetje onwennig naast hem. Ik weet niet goed wat ik moet zeggen. “Mooie flat,” zeg ik, om toch maar iets te zeggen. “Dank je. Ik heb mijn langste tijd hier waarschijnlijk gehad, ik ga waarschijnlijk binnenkort verhuizen. Te duur.” Dat laatste verbaast me niks, want de huurprijzen in Parijs zijn niet mals. Weer zijn we een poosje stil. Dan vraagt hij: “Anna?” “Zou je jezelf eens willen beschrijven?” Een voor de hand liggende vraag. “Natuurlijk wil ik dat wel. Ik ben vrij klein, maar dat heb je misschien al gemerkt. Ongeveer een meter vijfenzestig. Slank, mager zelfs. Ik heb bruine ogen en lang donker haar, bijna zwart. Kleine borsten.” Dat laatste ontglipt me min of meer. In chatcontacten bijvoorbeeld, laat ik me daar maar zelden over uit. Maar Philip zit gewoon naast me en hij is natuurlijk wel erg in het nadeel, vergeleken met zijn ziende medemensen. Hij zwijgt even, alsof hij mijn informatie even moet verwerken, alsof hij zich een beeld van me wil vormen. Kan hij zich eigenlijk een beeld vormen? Een visueel beeld? Of moet hij het doen met een ‘tastbeeld’? Zou hij mij rangschikken tussen andere vrouwen die hij ooit gevoeld heeft? Grotere, kleinere, dikkere, dunnere? Hoeveel vergelijkingsmateriaal zou hij hebben? “En je gezicht?” vraagt hij fluisterend. “Mijn gezicht?” “Ja, hoe ziet dat er uit?” Beschrijf je eigen gezicht maar eens. Oren, neus, ogen mond. Het zegt zo weinig. Ik probeer het toch: “Ik heb vrij kleine oren. Donkere wenkbrauwen. Over mijn neus weet ik niet zo veel te zeggen. Brede mond, vind ik zelf.”
4. Hij knikt. Kan hij wat met deze informatie? Ik fluister: “Misschien… als je wilt…” Hij draait zijn hoofd in mijn richting. Ik zie mezelf weerspiegeld in zijn donkere brillenglazen. “… als je mijn gezicht wilt voelen.” “Zou je dat niet erg vinden?” “Nee hoor, helemaal niet.” Zijn hand komt een stukje omhoog en blijft dan tussen ons in zweven. Ik begrijp dat hij niet verder durft, bang om met een vinger in mijn oog te prikken of zo. Ik neem de hand en leg hem tegen mijn wang. “Zacht,” mompelt hij, als zijn vingers over mijn wang strelen. Ze ontmoeten mijn oorring, volgen die en glijden dan tastend over mijn oor. Dan gaat hij met rustige bewegingen heen en weer over mijn gezicht, systematisch zoals een helikopter de zee afspeurt naar drenkelingen. Van rechts naar links over mijn voorhoofd. Terug iets lager, over mijn wenkbrauwen. Ik sluit mijn ogen als zijn vingers weer naar links gaan en zachtjes over mijn oogleden glijden. Hij voelt mijn linkeroor, mijn linkerwang, dan over mijn neus weer naar rechts. Ik tuit mijn lippen tot een kusmondje als zijn vingers ze ontmoeten. Heel langzaam, heel zachtjes glijden ze een paar keer heen en weer over mijn mond. Dan langs mijn kin naar beneden, langs mijn hals, over mijn schouder tot ze mijn bloes voelen. Dan nog een laatste keer van rechts naar links, nu over mijn sleutelbeenderen. In de welving van mijn rechterschouder en hals blijven ze rusten. “Je bent mooi,” fluistert hij. Er gaat een siddering door zijn lichaam. En ik moet toegeven, heel diep binnenin me… geen siddering, maar toch wel een kriebeltje. Hoe nu verder? Ik weet het niet. Opstaan en vertrekken? Nee, ik heb nog wijn. Ik neem een slok. Zwijgend zitten we naast elkaar, zijn hand nog steeds op mijn schouder, terwijl ik met kleine slokjes mijn glas leegdrink. Ik draai het nog een poosje tussen mijn vingers, dan buig ik me naar voren om het neer te zetten. Zijn hand glijdt van mijn schouder. “Wil je nog wat wijn?” vraagt hij als hij het geluid van de voet van het glas op de tafel hoort. “Wel, ik euh…” “Het hoeft niet hoor, als je geen tijd hebt. Maar ik heb wijn genoeg enne… nou ja, ik heb niet zo vaak gezelschap.” Hoe weinig is er soms voor nodig om mijn mening om te buigen. “OK, één glaasje nog dan.” Hij staat op en haalt de fles uit de keuken. Op de tast vindt hij onze glazen en schenkt hij ze nog een keer vol. Dan gaat hij weer naast me zitten. Ik pak het glas en neem een slokje. Mijn hoeveelste glas is dit vandaag? Het vijfde? Als je in Frankrijk ben moet je doen als de Fransen, maar mijn Hollandse lijf is niet gewend aan zoveel alcohol zo vroeg op de dag. Ik begin me licht in het hoofd te voelen, een beetje zweverig. Dat is best een fijn gevoel, maar het slijpt de scherpe kantjes van mijn beoordelingsvermogen ook een beetje af. Ach, wat maakt het uit, ik heb geen verplichtingen vandaag en voor Philip hoef ik niet bang te zijn toch? Dat zijn de gedachtes die door mijn hoofd gaan, als ik merk dat hij zijn hoofd weer naar mij gedraaid heeft.
5. “Anna?” zegt hij zacht. “Ja?” “Anna… mag ik je iets vragen?” “Ja natuurlijk, ga je gang.” Het duurt even voor hij verder gaat. Misschien zoekt hij de juiste formulering… “Anna, zou ik… ach nee, laat ook maar.” “Wat? Wat wilde je vragen?” “Niets, laat maar. Ik wil je niet in verlegenheid brengen.” Hij lijkt een beetje opgelaten. Misschien moet ik het laten rusten, maar als hij nou echt iets wil vragen… bovendien is mijn nieuwsgierigheid gewekt. “Vraag maar. Ik beloof alleen niet dat ik ook antwoord geef.” Er is een zekere overeenkomst tussen praten met een blinde en chatten. Dat laatste zinnetje heb ik meermaals ingetypt. Hij schudt zijn hoofd. Gek eigenlijk, hoe kun je lichaamstaal leren als je het nooit zelf bij anderen ziet? “Laat nou maar,” zegt hij nog eens. “Nee, je hebt iets op je hart. Kom er mee voor de dag. Als ik het niet kan of wil beantwoorden dat zal ik dat eerlijk zeggen.” Hij lijkt nog steeds in tweestrijd. “En ik beloof je dat ik niet boos zal worden of je uitlachen.” Dat laatste helpt hem over de drempel: “Goed, wat ik wilde vragen… als je echt niet boos wordt…” “Echt niet.” “… je zei dat je kleine borsten hebt…” “Ja…?” “Zou ik ze mogen aanraken?” Waarom heb ik dit niet zien aankomen? Ik had een heel ander soort vraag verwacht. Na al mijn aandringen kan ik hier niet luchtig overheen praten zoals ik in een ander geval waarschijnlijk zou hebben gedaan. Wat dan? Boos worden niet, daar is geen aanleiding voor. Uitlachen ook niet, daar is evenmin aanleiding voor. Het is eigenlijk een heel redelijk verzoek. “Het hoeft niet hoor, als je niet wilt,” zegt hij, als hij mijn aarzeling feilloos aanvoelt. “Nee… ja… dat is het niet. Ik bedoel, het is niet dat ik niet wil…” Waarom heb ik nu opeens zoveel moeite met de Franse taal? Ongewild heb ik mezelf in een hoek gemanoeuvreerd waaruit maar één uitweg is. Ik begin opnieuw: “Als je het heel graag wilt…” Hij knikt. “… mag je wel even voelen.” “Heel graag.” We zitten naast elkaar op de bank, onze gezichten naar elkaar toegekeerd. Beide weten we even niet hoe nu verder. Ik doe dat wat nu het meest voor de hand ligt: ik maak de knoopjes van mijn bloes los en trek hem uit. Voor de tweede keer vanmiddag pak ik zijn hand en stuur hem, tot zijn vingertoppen op mijn huid liggen. Zachtjes rusten ze tegen de zijkant van mijn rechterborst.
6. Je kunt op heel veel manieren naar iemand kijken: verleidelijk, afwijzend, begerig, geil. Maar er is altijd een afstand. Degene die bekeken wordt merkt het misschien niet eens of kan doen alsof hij of zij het niet merkt. Die afstand is er niet als Philip me met zijn vingers ‘bekijkt’. Ik kan zijn strelende vingers op mijn huid niet negeren en het kriebeltje dat ik eerder voelde wordt sterker. Heel langzaam cirkelen de vingers rond mijn borst, precies daar waar die begint zich boven mijn borstkas te verheffen. Naar beneden, dan onderlangs naar rechts en langs de zijkant weer omhoog. Dan bovenlangs terug naar het uitgangspunt. Philip draait zich meer naar me toe. Twee handen verkennen nu mijn beide borsten, nog steeds heel bescheiden langs de buitenkant. Hoe lang kan iemand dit passief ondergaan? Niet lang, ik niet in elk geval. Ik knoop langzaam zijn overhemd los. Dan laat ik mijn nagel zacht over zijn borstbeen krassen. Hij is vrijwel onbehaard, alleen rond zijn harde donkere tepeltjes groeien wat zwarte haartjes. Ik stuur mijn vingers die kant uit en speel met zijn tepels. Zijn vingers worden ook wat avontuurlijker. Aarzelende verkenningen veranderen in ondernemende strelingen. Eerst onderzoeken ze vooral de vorm van mijn borsten, dan betrekken ze ook mijn tepels in het spel. Een zoen lijkt nu onvermijdelijk. Is nu onvermijdelijk. Als ik mijn hand in zijn nek leg en langzaam dichterbij kom, opent hij zijn mond verwachtingsvol een beetje. Heel vluchtig raakt mijn mond zijn bovenlip even aan. Bij dat eerste, vluchtige contact blijft het niet, al gauw zitten we heftig te zoenen. Meer dan eens bots ik tegen zijn bril. Zenuwachtig neemt Philip hem weg. Bang voor mijn reactie waarschijnlijk. In elk oog neemt een grijze vlek de plaats in van iris en pupil. Omdat zijn ogen ook geen deel uitmaken van zijn gezichtsuitdrukking is de bovenste helft van zijn gezicht doods. Hoewel ik me op zoiets voorbereid heb, schrik ik toch nog. Philip moet het gemerkt hebben, zijn hand ligt als bevroren tegen mijn ribben. Ik zet me over mijn schrik heen en hervat onze zoen. Heel lang zoenen we. Ik streel Philip’s bovenlijf, zijn handen strijken onophoudelijk over mijn borsten. Als het aan Philip ligt, zou het daarbij misschien blijven. Maar wat bij mij – hoe lang geleden? – als een kriebeltje in mijn buik begon, beheerst nu mijn hele bestaan. Duidelijker gezegd: ik ben geil, ronduit geil. Als ik dan aan Philips broekriem begin te sjorren, is het hek van de dam. In enkele ogenblikken zijn onze resterende kleren verdwenen. Niet lang daarna gaan we naar de slaapkamer. Ik lig op het bed. Philip is druk bezig het nieuw veroverde terrein te verkennen. Zijn vingers slaan geen plekje over als hij mijn benen en mijn kont streelt. Om mijn toestand van geilheid zo lang mogelijk in stand te houden doe ik niet veel meer dan hem hier en daar een beetje aaien. En naar hem kijken. Zijn donkere huidskleur en wat spitse gezicht suggereren een Noord-Afrikaanse afkomst. Hoewel hij ouder is dan ik, ziet zijn lichaam er nog jongensachtig uit. En zijn pik is misschien niet bijzonder groot, maar hij staat als een huis.
7. Als zijn vingers op hun omzwervingen dan eindelijk mijn kut bereiken, houd ik het niet meer. Met een paar hees gefluisterde aanwijzingen instrueer ik hem waar hij me moet aanraken, strelen en dan geef ik me over aan een orgasme dat als een storm door mijn lijf woedt. Als het over is, krijgt Philip eindelijk de kans om me ook daar te verkennen. Met dezelfde bedachtzame systematiek waarmee hij eerder mijn gezicht betastte, onderzoekt hij nu mijn kut. Elke welving, elk plooitje, elke oneffenheid lijkt hij voorgoed in zijn geheugen te willen griffen. Ik laat hem rustig zijn gang gaan. Om hem een plezier te doen, maar ook omdat door al die belangstelling voor mijn intiemste plekjes mijn eigen opwinding weer lekker toeneemt. We zeggen niet veel, al die tijd. Philip’s aandacht is volledig op mijn kut gericht. Met mijn ogen dicht sluit ik me af van de buitenwereld. Ik concentreer me uitsluitend op het gevoel dat zijn nieuwsgierige vingers in me teweegbrengen. Pas als zijn ene hand weer naar mijn borsten dwaalt, wordt mijn trance doorbroken. Ik richt me op en kijk om me heen. Wat staat de zon al laag! Philip kijkt me aan. Of liever: hij draait zijn gezicht naar me toe. Door de levenloze ogen kan ik zijn uitdrukking niet goed lezen. Is het verlangen? Of alleen maar verwarring? Dat laatste misschien, omdat hij niet weet wat er nu gaat gebeuren. Zijn pik evenwel, laat niets aan duidelijkheid te wensen over. Die vraagt, nee die schreeuwt om aandacht. Ik duw Philip zachtjes tegen zijn schouder. Hij gaat op zijn rug liggen. Een hese zucht ontsnapt aan zijn keel als ik me op zijn pik laat zakken. Rustig, zonder onverwachte bewegingen, want ik voel dat er maar heel weinig nodig is om een uitbarsting te veroorzaken. Ik ben nat genoeg om hem moeiteloos in me op te nemen. Zijn linkerhand rust op mijn dij, zijn rechterhand zoekt – en vindt mijn borst. Hij heeft zijn ogen nu gesloten en zijn mond hangt een stukje open. Zonder iets te zeggen genieten we beide van het moment. Ik zit zo stil ik kan om het zo lang mogelijk te laten duren. Met één hand op zijn borst voel ik de onregelmatigheden in zijn ademhaling. Ik voel het kloppen van zijn pik binnenin me, de trekkingen in zijn dijen. Zo probeer ik vast te stellen hoe dicht hij bij zijn climax is. Als ik het gevoel heb dat het moment echt niet meer uit te stellen is, dan geef ik ook alles wat ik heb. Mijn kutspieren spannen en ontspannen om zijn pik en in hetzelfde ritme beweeg ik op en neer. “Ah oui, ah oui, ah oui,” kreunt hij. Ik voel zijn lijf onder me schokken bij elke lading zaad die hij in me lost. Ik ga door, ook nadat er niets meer uit hem te persen valt en op zijn al verslappende pik beleef ik mijn tweede orgasme.
8. De wijn, de seks, het leidt tot een weldadige loomheid. We liggen naast elkaar. Tussendoor doezel ik even weg, maar ik dwing mezelf mijn ogen weer open te doen. Philip’s ogen zijn dicht. Ik vraag me af of hij slaapt, tot ik zijn vingers tegen mijn been voel. Ik lig stil naast hem en kijk naar hem. Hij is best knap en ik ben nu gewend aan zijn levenloze gezichtsuitdrukking. Ik kijk naar zijn borstkas die rustig op en neer gaat. Zou hij fitnessen? Hoe zou hij anders aan die gespierde borstkas komen? En die vlakke buik? Zijn pik ligt nu slap op zijn buik, de opening als een klein donker oogje recht op mijn gezicht gericht. Mijn loomheid gaat gepaard met lust, niet ongewoon als ik wat gedronken heb. Ik wed dat ik die pik nog wel een keer tot leven kan wekken. Maar voorlopig wacht ik nog even af. Philip’s kriebelende vingers kruipen langzaam omhoog. Over mijn dij, mijn heup, mijn middel, één voor één langs mijn ribben. Tegen mijn verwachting in krabbelen ze niet omhoog naar mijn borst. In plaats daarvan gaan ze heel rustig weer naar beneden. Dat is het moment dat ik mijn hand op zijn ballen leg, mijn vingers er omheen gekromd. Ik streel hem daar zachtjes. Onder mijn hand voel ik zijn pik groeien. Zijn vingers kruipen weer omhoog. Deze keer gaan ze wel naar mijn borst. Zonder moeite vinden ze mijn tepel. Kalm wrijven ze er over. Ik houd zijn pik nog steeds vast, ook als hij over me heen buigt om mijn tepels te kussen. Pas als hij me op de mond zoent laat ik hem los om hem op andere plekken te strelen. Zijn vingers zoeken mijn kut weer op. Hij voelt hoe nat ik daar ben: klaar voor zijn pik. Hij komt overeind, hij is er ook klaar voor. Ik draai me om en kniel op het bed. Dan buk ik me diep voorover. Philip’s vingers verliezen even het contact, maar ze komen onmiddellijk terug. Twee vingers dringen even een heel klein stukje bij me naar binnen, dan verdwijnen ze weer en voel ik het topje van zijn pik in hun plaats. Mijn lijft trilt in anticipatie. Dit orgasme moet beter, heftiger en langer worden dan de twee vorige. Het moment rekt zich uit tot een eeuwigheid, Philip’s handen op mijn heupen, zijn pik klaar om toe te stoten. Ik huiver, mijn borsten plat tegen het laken, mijn wang op een stukje laken dat nog warm is van zijn rug. Zijn eikel duwt mijn schaamlippen ietsje verder uit elkaar. Er is niets wat hem er nog van weerhoudt in me door te dringen. Er gaat een rilling door me heen. Mijn rug kromt en strekt zich. Zijn pik volgt de beweging van mijn onderlichaam. Het zijn eindeloos lange, intense ogenblikken. Het is geen krachtig toestoten, ook geen tergend trage beweging, het is iets daar tussen in. Zijn harde pik dringt diep, heel diep in me door. Automatisch richt ik me iets op om hem nog beter in me te voelen. Zijn beide handen omvatten mijn borsten. Ik weet niet hoe het is voor een man om zijn pik in een vrouw te voelen, maar voor mij is het elke keer weer een bijzondere ervaring als een deel van het lichaam van een ander bij me naar binnen dringt. Miljoenen jaren evolutie hebben gemaakt dat een man en een vrouw beter in elkaar passen dan twee puzzelstukjes ooit zullen passen. Dat ervaar ik ook deze keer, als Philip me met trage bewegingen neukt. Met drie vingers op mijn klit kan ik de hevigheid van mijn eigen beleving perfect beheersen. Zo lang het gaat, houd ik mezelf op de drempel van een orgasme. Aan Philip’s trage bewegingen merk ik dat het hem net zo vergaat. Maar dan, als ik dan uiteindelijk de controle over mezelf verlies, ontsnappen onbeheerste rochelende klanken aan mijn keel. De schokken en de krampen die nu door mijn lijf gaan zijn ook voor Philip te veel, maar dat merk ik al niet eens meer, mijn eigen orgasme overheerst nu alles. Het hele gebouw dreunt, de ruiten rinkelen. Mijn kont kletst tegen zijn onderlijf. Met mijn ogen stijf dichtgeknepen en mijn mond wijd open om in de onbeheerste ademteugen zoveel mogelijk zuurstof aan te kunnen voeren lig ik schokkend op het bed. Pijnscheuten trekken door mijn borsten als Philip’s handen zich er omheen verkrampen, maar ik merk het nauwelijks. Mijn ene hand nog steeds op mijn kut, de nagels van de andere trekken diepe sporen in het laken.
9. Buiten is het nu donker. Ik lig nog steeds op mijn buik uitgestrekt. Ik voel me slap en trillerig. Oorzaak: alcohol en inspanning. Mijn bloedsuikers vragen om aanvulling. Ik moet wat eten. Maar niet hier, ik moet er niet aan denken nu met mijn blinde minnaar een maaltijd te bereiden. En een domino-pizza is ook niet waar ik zin in heb. Ik kom overeind. Ik voel me trillerig. Uitputting, drank, maar ook nervositeit. “Ik moet nu gaan,” fluister ik. Een beetje bang voor een teleurgestelde reactie van Philip. Bang dat hij me zal proberen over te halen om nog even te blijven. Ik weet niet wat ik zal doen als hij aandringt. Mijn angst is ongegrond. “OK,” zegt Philip simpelweg. Een paar minuten later nemen we afscheid. We omhelzen elkaar en geven elkaar een laatste zoen. De deurpost trilt tegen mijn rug als er een metro passeert. Ik voel Philip’s pik tegen mijn heup alweer langzaam groeien. In mij is de lust ook nog steeds niet helemaal uitgeblust. Maar dat is nu tweede prioriteit. Eerst voedsel. Ergens op de Rive Gauche of in de buurt van het Forum des Halles. Daarna los ik dat andere probleem ook wel weer op. “Adieu,” zegt hij voordat ik mijn voet op de bovenste tree zet, vaarwel.
10. Een jaar later wandel ik weer over dezelfde boulevard. In de tussentijd ben ik er nog twee keer langs gekomen. Niet dat ik verwacht Philip weer te ontmoeten, hij zou immers verhuizen, maar om de herinnering aan die buitengewone middag niet te laten vervagen. Toch ben ik niet verbaasd als ik aan de overkant een jonge man met een roodwitte stok en een zonnebril zie. Hij is niets veranderd. Al is de afstand veel te groot om zijn woorden te kunnen verstaan, toch weet ik precies wat hij zegt: “Excusez-moi, pouvez-vous m’aider s’il vous plaît? ” De jonge vrouw die hem net voorbij loopt aarzelt maar heel even voordat ze hem bij de arm neemt. Ze lopen in mijn richting, wachten rustig op de stoeprand tot de auto’s gestopt zijn en steken dan over. Terwijl achter hen de auto’s weer optrekken, blijven ze vlak tegenover elkaar staan. Ook nu hoef ik de woorden niet te horen om te weten wat er gezegd wordt: “… ik woon hier vlak bij. Hebt u misschien zin in een glaasje wijn?” Even later passeren we elkaar. De vrouw aan Philip’s
arm is slank, met een spits gezicht en kort, donker haar. Ik kan een frons
niet onderdrukken als onze blikken elkaar kruisen. |
|||
|
|||
|