|
|
|||
| Dialoog | |||
24 april 2004. Heden en verleden verstrengelen zich tijdens een indringend gesprek tussen man en vrouw. Een sprookje.
Er was eens… lang, lang geleden…
“Zo… eindelijk alleen.” “Eindelijk samen.” “Samen ja. Blij dat al die drukte over is.” “Zeg dat wel. Ik geloof dat ik wel duizend handen geschud heb.” “Nog wel meer misschien.” De vrouw kijkt nog een beetje onwennig om zich heen in de grote, luxueuze hotelsuite. Ze loopt even door de vertrekken heen. Een grote woonruimte en een even grote slaapkamer. Een badkamer die niets te wensen overlaat. Ze stopt even voor het raam en neemt het uitzicht in zich op. “Mooie suite is dit hier,” roept ze naar haar man die nog steeds in het woongedeelte is. “Ja hè. Je weet het: alleen het allerbeste is goed genoeg voor jou.” “Dank je schat…” Ze loopt naar de spiegel die een groot deel van de slaapkamerwand beslaat en kijkt naar zichzelf. Ze zet een hand op haar heup en recht haar rug in een houding waarvan ze denkt dat hij bij haar pas verworven adeldom past. Haar man komt achter haar staan en legt zijn handen op haar heupen. Ze kijken elkaar via de spiegel aan. Hij drukt hij lippen tegen haar hals. De vrouw leunt naar achteren tegen hem aan en sluit haar ogen. Zijn handen glijden verkennend over haar buik en heupen. Dan maakt ze zich plotseling los en draait zich om. “He, je maakt geen zuigzoen hoor! Zeker daar niet daar, waar iedereen het kan zien!” Als antwoord trekt de man alleen maar een grimas. Hij trekt zijn jasje uit en hangt het over een stoel. Dan laat hij zich met een plof op het bed vallen. “Wat doe je? Je zou op zijn minst je schoenen even uit kunnen trekken. Ben je zo moe?” “Moe? Nee, integendeel. Ik wilde alleen het bed even testen.” “Testen? Denk je dat het een zware nacht voor de boeg heeft, dat bed?” “Denken? Dat weet ik wel zeker!” “Jij schurk!” “Jij dondersteentje. Kom eens hier, dan geef ik je een zoen.” “Lekker…” Ze gaat naast hem op het bed liggen en schuift omhoog tot hun monden elkaar ontmoeten. Hij volgt met de toppen van zijn vingers haar jurk, van haar schouders naar beneden. Over haar schouderblad dat ver naar achteren steekt en dan verder tot zijn vingertoppen het benige uitsteeksel van een rugwervel ontmoeten. Dan weer terug over de schouder en nu aan de voorkant naar beneden. Ze beklimmen de welving van haar borst en dalen aan de andere kant weer af. Dan grijpt ze zijn hand en zegt: “Hé, zo meteen verder, eerst even wat opfrissen.” “Nee joh… blijf nog even liggen.” Maar ze is onverbiddelijk. Als ze beide overeind komen zegt hij: “Nou lig jij ook met je schoenen op bed.” “Ja, en als jij een heer bent, trek je ze me even uit!” “Maar natuurlijk, mijn liefste.” De man hurkt voor het bed, neemt haar rechterenkel in zijn linkerhand en pakt de schoen met zijn rechterhand vast. Voorzichtig trekt hij aan de schoen tot die met een schokje van haar hiel losschiet. Dan wipt hij de schoen naar voren, zodat die op de vloer valt. Daar blijft hij vlak naast het bed liggen. De vrouw wiebelt met de zojuist bevrijde tenen. “Dat is beter,” zegt ze. De man bukt zich voorover en drukt zijn lippen tegen haar grote teen. “Stop daarmee, dat kietelt.” “Ik mag toch de voeten van mijn vrouw wel kussen?” Hij stopt en trekt de andere schoen ook uit. Hij kan het niet laten de andere grote teen ook even te kussen. “Je hebt mooie benen,” fluistert hij, terwijl hij zijn vingers lichtjes over de kuit van de vrouw laat glijden. “Dank je, jij ook.” Ze springt overeind en loopt op kousenvoeten de kamer door. De man trapt zijn schoenen ook uit en volgt haar met zijn ogen. Ze gaat voor de spiegel zitten en begint haar make-up te verwijderen. De man trekt zijn schoenen en sokken uit. Dan grijpt hij de afstandsbediening van de grootbeeld-tv en zapt hij langs de kanalen. “Hé kijk, we zijn op tv,” zegt hij. “Doe dat ding uit, ik wil het niet zien.” Hij zet de tv weer uit. Terwijl ze met een wattenschijfje haar ogen schoonmaakt ziet ze via de spiegel dat de man kijkt naar het enorme bos bloemen dat de hele kamer vervult van geur. Hij leest het kaartje dat er aan hangt: “Van harte proficiat met uw huwelijk, namens directie en voltallig personeel. Leuk. Van het hotel.” “Ja… enne… is dat geen fles champagne die daar naast staat?” “Ja, die hoort er bij.” “Nou, waar wacht je dan nog op, laat knallen die kurk!” “Hebben we nog niet genoeg gedronken dan?” “Genoeg, genoeg… wat is genoeg? Bij een nacht als deze hoort champagne!” “OK, OK. Je hebt gelijk. Zoals gewoonlijk.” “Zo ken ik je weer.” Terwijl de man met langzame en precieze bewegingen de fles opent, maakt zij ongeduldig haar haar los. Ze schudt het uit, lange blonde lokken die vandaag te lang in het gareel moesten blijven. “Bah, dat opgestoken haar staat me niet. Het maakt me oud.” De man kijkt haar even indringend aan na die opmerking. Hij heeft de capsule verwijderd en draait nu de ijzerdraadrondjes die de kurk op zijn plaats houden een voor een los. Als hij voorzichtig de kurk uit de fles laat komen, kan ze het niet meer aanzien. “Geef eens hier joh, het duurt me veel te lang zo.” Ze grijpt de fles uit zijn hand, tilt hem uit de koeler en duwt kordaat tegen de kurk. “Hee, pas op hij mag niet…” De kurk schiet met een luide plof uit de fles en maakt een forse deuk in het plafond. “… knallen,” maakt de man zijn zin nog af. Ze tilt de fles omhoog, koude champagne bruist er uit over haar decolleté en over haar jurk. Hij kijkt hoofdschuddend toe hoe ze de hals van de fles aan haar mond zet en een forse slok neemt. Dan schenkt ze de twee glazen vol. Hij zegt: “Kijk je jurk nou eens…” “So what? Die moet toch bij de was.” Ze laten de glazen tegen elkaar klinken. Terwijl ze elk een slok nemen, kijken ze elkaar diep in de ogen. Lang staan ze elkaar zo. Een vraag brandt op de lippen van de man. De vrouw voelt wat er nu gaat komen. Eindelijk verzamelt de man moed en fluistert: “Vertel je me nu ook wat er toen echt gebeurd is… op die boot bedoel ik?” De vrouw kijkt hem aan. “Op die boot? Kan dat niet later een keer?” “Je hebt beloofd dat je het zou vertellen als we getrouwd zijn…” “Ja, maar toch niet meteen nu?” “Nou ja, als je niet wilt, dan vertel je het maar een andere keer.” De vrouw kijkt naar de vloer. Ze zwijgen weer een poos. Als ze weer opkijkt staren zijn ogen in onbekende verten. “OK,” zegt ze, “laten we het maar afhandelen, dan staat dat ook niet meer tussen ons…” “Alleen als je wilt hoor.” “Ja, het is beter… Waar zal ik beginnen…?” Ze denkt een poos na. “Over die eerste keer heb ik je al eens verteld…” “Ja.” “Toen is er dus niets gebeurd… tussen hem en mij. Goed, over de tweede keer dan. Ik heb je ook al vaker verteld over dat schip. Iedereen stelt het voor alsof het een soort party-schip is, maar dat is helemaal niet zo. Er is eigenlijk maar heel weinig ruimte. Hij is zo’n twintig meter lang, maar niet meer dan vier meter breed. Leuk schip om mee te varen, maar onhandig voor de wilde feesten die er plaats gevonden zouden hebben.” Ze zwijgt weer even, om haar gedachten te ordenen. De champagne die in haar jurk is getrokken, voelt kil aan. Ze draait zich om, houdt haar haar opzij en zegt: “Maak mijn rits maar even los, als je wilt.” Hij doet wat ze vraagt. Ze laat de jurk naar beneden glijden en stapt er uit. Ze houdt haar haar nog een keer opzij. Zonder dat ze iets zeggen begrijpt hij wat de bedoeling. Onhandig frummelt hij even met de sluiting van haar bh, dan glijdt die al naar beneden. Ze slingert hem over een stoel. Ze draait zich om en kijkt hem weer aan. Hij doet een stapje dichterbij en legt een hand licht tegen de onderkant van haar linkerborst. “OK. Die dag hadden we aan een zeilwedstrijd meegedaan. Ik was mee als bemanning op zijn jacht. Op het voordek, aan de fok. Het was hard werk want het woei behoorlijk. Nat ook, veel buiswater. We voeren een goeie wedstrijd. Ik weet niet meer waar we eindigden, maar het was flink vooraan. Iedereen was in een jubelstemming. Reden genoeg voor een fikse uitspatting. Niet dat we daar ooit een reden voor nodig hadden trouwens.” “Nee…” De man zegt het met een wat trieste klank in zijn stem. De vrouw kijkt naar zichzelf in de spiegel. “Bah – panty’s zijn de meest onsexy kledingstukken die ik ken.” “Nou, trek dan uit.” “Doe jij het maar.” “Graag…” Hij knielt voor haar, het maakt nu niet toch meer uit of er kreukels in zijn broek komen. Hij legt zijn handen op haar heupen, haakt zijn duimen in de panty. Hij trekt eerst de voorkant een stukje naar beneden. Dan glijden zijn handen naar achteren en trekt hij de achterkant wat omlaag. Dan weer de voorkant, dan trekt hij de achterkant over haar billen. Langzaam. Zijn vingers volgen de rondingen van haar lichaam. “Hmmm… ze zijn toch best een beetje sexy…” “Ja, zoals jij ze uittrekt wel.” “En dat dingetje dat je er onder aan hebt is zeker sexy!” De vrouw antwoordt niet. De glimlach die om haar lippen speelt ziet hij niet. Hij laat zijn handen langzaam over haar benen naar beneden glijden, tot de panty om haar enkels hangt. Ze bukt zich voorover en steunt zich met een hand op zijn schouders als ze eerst haar ene, dan haar andere voet even optilt om hem de kans te geven de panty weg te trekken. Als ze zich beide weer oprichten, duwt ze het kledingstuk met haar rechtervoet een eindje opzij. Ze trekt hem tegen zich aan voor een lange zoen. Dan maakt ze zijn das los. Haar andere hand rust op zijn overhemd, met haar duim op zijn tepel. Eindelijk vertelt ze verder: “OK, het was feest. Een wild feest. Op een groot jacht. Er was voor eten gezorgd – er was volop drank. We zopen, dansten, vreeën. Ik had een tijd met een lekkere jongen staan vozen op het voordek. Weer dansen. Toen was hij er opeens.” “Hij…” “Hij ja.” Ze kijken elkaar even aan. Ze weten beide precies over wie het gaat. “Hij was al die tijd al aan boord. Onopvallend, een beetje op de achtergrond. Maar opeens was hij daar. Hij wilde met me dansen. Hij danste goed ook. Ik geloof dat ik tussendoor nog even met een ander gedanst heb, maar toen weer met hem. Hij moet iets in mijn blik gezien hebben…” Ze zwijgt even, haar ogen vernauwen zich alsof ze de beelden weer voor haar geest probeert te halen. “… hoe dan ook. Diep in de nacht dansten we nog steeds. Dicht tegen elkaar aan. Hij was alles wat ik me wenste: lang, knap, charmant. Toch wilde ik nog meer. Ik nam hem mee, we zochten een stil plekje. Er waren geen stille plekjes. Toen zag ik de boot. Die boot. De beruchte boot. Afgemeerd naast die van ons. We stapten over. Zonder nog iets te vragen gooide ik los en hij kon niet anders doen dan de motor starten. We voeren weg.” “Met zijn tweeën?” “Ja.” Ze laat haar vingertoppen over zijn borstkas glijden, over de gladde stof van zijn overhemd haar duim en wijsvinger vinden een van zijn tepels en masseren die zachtjes. Dan glijden haar vingers verdere, naar het bovenste knoopje. Ze maakt het los. Ook het tweede knoopje. Zijn handen liggen op haar billen en hij begint ze zachtjes te kneden. Ze zuigt op zijn onderlip, laat dan haar tong even in zijn mond gaan. Ze voelt schokjes van opwinding door zijn lichaam gaan. Maar als ze denkt hem op die manier van het gespreksonderwerp af te leiden, heeft ze het mis. Hij beantwoordt haar zoen op een bedachtzame manier. Dan zegt hij: “Vertel nog eens verder… wat had je eigenlijk aan?” “Ik? Niet veel. Een zomerjurkje. Mijn sandalen had ik uitgedaan zodra we aan boord gingen.” “En verder? Onder je jurk?” “Een broekje… verder niets. Zodra we buitengaats waren liet hij mij sturen. Heerlijk vond ik dat, ik had nog maar zelden zo’n grote boot gestuurd. Het was een stille warme zomeravond. De wind was gaan liggen, het water was vlak. We voeren met een rustig gangetje. Hij kwam achter me staan. Begon me te strelen. Hij was anders dan de meeste jongens die ik kende. Volwassener. Heel charmant maar ook doortastend. Letterlijk. In no time lagen zijn handen op mijn borsten. Eerst op mijn jurk, toen er onder en toen trok hij mijn jurk uit. Ik stond met mijn handen aan het stuurwiel. Ik genoot van de wind, van het stille water, van zijn strelingen.” Ze zwijgt weer even. Haar man staat achter haar, zoals destijds die andere man. Dicht tegen haar aan, zijn handen op haar borsten, zijn lippen tegen haar schouders. Ze draait haar hoofd naar achteren en zoent hem. Ze zoent hem zoals ze destijds die andere man gezoend heeft. Een lange, smachtende tongzoen. En net zoals dit het begin is van een lange nacht, wist ze destijds dat het een lange nacht zou worden. Ze vertelt verder: “Intussen waren we een flink eind het water op. Er was geen ander schip in zicht. Aan de horizon achter ons waren nog de lichtjes te zien van de oever. We zoenden. Toen liet hij me even los. Hij trok zijn shirt uit en zijn broek.” De man gaat nu helemaal op in het verhaal. Hij laat zijn vrouw los en trekt snel zijn overhemd uit en daarna zijn broek. De vrouw schiet in de lach als ze ziet wat daaronder tevoorschijn komt. “Je wilt toch niet zeggen dat je vandaag de hele dag Micky-Mouse-jocks onder je dure kostuum hebt gedragen?” “Toch wel… Ik vond het wel een speels tintje hebben…” grijnst hij. “Dwaas…” Ze neemt hem in zijn armen. Ze voelt zijn blote huid warm tegen die van haar. Ze zoenen. Hij fluistert heel zacht: “Maak je je verhaal nog af…?” “Moet het echt?” “Graag…” “OK, hij droeg geen Micky-Mouse onderbroek, hij had een zwarte zwembroek aan, zo’n strakke. Hij kwam meteen weer achter me staan… drukte zich tegen me aan…” Ze draait zich om. Haar man drukt zich tegen haar rug. “… hij streelde mijn borsten weer…” Stevige vingers glijden zacht over haar borsten. “… we zoenden…” Ze draait haar hoofd weer opzij en wacht tot zijn lippen die van haar ontmoeten. In gedachten heeft ze haar handen weer op het stuurwiel van de boot. Ze weet al lang niet meer in welke richting ze varen… weg van de kust, dat nog wel steeds. “… dan gleden zijn handen naar beneden…” De handen van haar man glijden naar beneden. Op haar heupen blijven ze aarzelend liggen. “… verder…” Hij laat zijn handen nog wat verder gaan. Aan elke kant schuift hij een paar vingers onder de band van haar broekje. “… nog verder…” Haar man schuift haar broekje een stukje naar beneden. Net zoals die andere man het zoveel jaar geleden deed. Die man had geen aanmoediging nodig gehad. Deze man nu ook niet meer. Hij legt zijn armen om haar middel. Ze fluistert: “Hij streelde me…” “Waar?” “… daar.” De hand van de man gaat heel langzaam omlaag. Zijn vingers strelen haar… daar waar destijds die andere man haar ook gestreeld heeft. “Lekker…” Lang staan ze zo. Dan fluistert de vrouw: “Toen hebben we het anker uitgegooid…”
“Bij die ene nacht is het gebleven. Toen.” De man zegt niets. Hij houdt haar nog iets steviger tegen zich aan. Zijn vingers glijden zachtjes heen en weer op haar bil. De vrouw drukt haar lippen tegen zijn gezicht. Ze hebben elk hun eigen gedachten. De vrouw weet dat ze zich niet hoeft te rechtvaardigen, maar het lange zwijgen drukt als een loden gewicht op hen. Eindelijk doorbreekt ze de stilte weer: “Ik was twintig, het leven was een feest. Dan doe je zulke dingen. En ik heb er nooit spijt van gehad dat ik ze gedaan heb.” “Echt nooit… ook nu niet… nu je weet wat de gevolgen zijn van… van wat er toen gebeurd is?” “Nee.” Ze kijken elkaar aan. De vrouw ziet een lichte frons op zijn voorhoofd. “Wat is er nou, geloof je me niet…?” “Jawel…” “… of ben je jaloers?” “Ja, een beetje wel.” “Nou, er is niks om jaloers op te zijn hoor. Hij is op een onprettige manier aan zijn einde gekomen.” “Ik ben ook niet jaloers op hem suffie, maar op jou. Om die wilde feesten en zo. Om al die dingen die je gedaan hebt, die ik nooit heb kunnen doen…”
… en ze leefden nog lang en gelukkig. |
|||
|
|||
|