|
|
|||
| Herfstbos | |||
Zondagmiddag. Ik stal mijn fiets bij de ingang van het bos. De zon voelt warm aan, maar de lucht is koud. Het heeft de afgelopen nacht gevroren. Dit is waarschijnlijk de laatste kans dit jaar om nog van de gouden herfstbladeren te genieten. Ik draag een warme lange broek, boots en een windjack over een wollen trui. Het lijkt wel goud, daar waar de zon door de bladeren schijnt. Alles is vochtig en geurt naar herfst, naar zwammen, naar verrotting, maar ook naar aarde, lucht, water: de elementen waaruit het bos is opgebouwd. Even sta ik stil om dit alles in me op te nemen, dan loop ik verder. Opeens verandert er iets. Het is niet koud meer, een weldadige warmte stijgt op uit de grond. Ik kijk een beetje verbaasd om me heen. Verder is alles nog hetzelfde. De wind ruist zachtjes door de bomen, een baan zonlicht valt door het bladerdak en beschijnt een varen. Of nee, er is toch nog iets veranderd: ik ben naakt. Verdwenen zijn mijn kleren, ik weet niet waarheen. Naakt loop ik verder. Ik luister naar het geritsel van de wind in de bladeren. Het is alsof de bomen en struiken stemmen hebben gekregen, alsof ze mijn komst aankondigen. Een struik die laag over het pad hangt buigt opzij om me door te laten. Ik kom door een dicht en donker stukje bos om dan op een open plek te belanden. Tientallen keren ben ik in dit bos geweest, bij alle jaargetijden. Maar wat ik nu zie heb ik nog nooit meegemaakt. De hele open plek voor me is bezaaid met bloeiende penisbloemen. Ze zijn er in allerlei vormen, maten en kleuren. Groot, klein, dik, dun. Lichtblauw, zachtroze, maar ook knalgeel en felrood. Wat ze gemeen hebben is een vochtig-glanzende knop met middenin een klein mondje. Allemaal lijken ze te willen zeggen: “Neem mij, neem mij!” Doodstil sta ik te kijken. Is dit echt? Ik voel de sappen in mij stromen en weet dat ik hier niet verder kan gaan voordat ik tenminste één van deze bloemen zijn zin heb gegeven. Maar nog steeds aarzel ik. Ik geniet van het gezicht van al die penisbloemen, zachtjes wuivend in de wind. Voorzichtig zet ik een voet naar voren, midden tussen een paar van de bloemen. Ze buigen allemaal naar me toe en wrijven tegen mijn enkel. Ik buk me om er een te strelen. Hij kronkelt van genot. " Neem me, neem me…” Allemaal fluisteren ze hetzelfde. Ik doe nog een stap, voel nog meer penissen zich tegen mijn enkels vleien. Links en rechts streel ik er een paar. Ze lijken kusjes in mijn richting te werpen. Ik voel me net de koningin die zich aan haar onderdanen vertoont. Als ik over ze heen stap, reiken de penissen omhoog, naar mijn kut. Gelukkig zijn ze te klein om die te kunnen bereiken. Ik kies er tenslotte zelf één uit: een prachtig groot lichtblauw exemplaar midden in het veld. Voorzichtig om geen van de kostelijke bloemen te vertrappen loop ik er heen. Als ik boven hem blijft staan lijkt hij te beseffen dat ik hem heb uitgekozen. Hij zwelt nog meer op en gaat nog meer glanzen. Een druppeltje nectar welt op uit zijn mondje. Hij reikt omhoog. Ik kniel en hij richt zijn knop naar mijn kutje. Ik streel hem even zachtjes en lik de nectar op met mijn vinger, die ik dan in mijn mond stop. Ik laat me langzaam zakken totdat ik de top van de penisbloem tegen mijn schaamlippen voel drukken. Plagend blijf ik even zo zitten. Alle andere bloemen staan nu doodstil, enkelen sidderen een beetje, in afwachting van wat er nu gaat gebeuren. Dan laat ik me langzaam verder zakken. De lichtblauwe knots verdwijnt helemaal binnenin me en daar lijkt hij nog meer op te zwellen. De bloemen die dicht genoeg bij staan buigen zich naar me toe en wrijven zich tegen me aan. Ik streel ze en buk me om er een paar te zoenen. Maar mijn blauwe partner laat me niet met rust. Hij kronkelt in me en weet veel beter dan een echte penis de plekjes te vinden waar het het lekkerst is. Ik beweeg voorzichtig een beetje op en neer, maar het meeste werk doet hij. Als een kundig minnaar brengt hij me in korte tijd naar een fantastisch hoogtepunt. Ik voel dat hij zijn nectar in me spuit. Niet alleen hij, de meeste penisbloemen om me heen spuiten tegelijkertijd en ik wordt overdekt met een heerlijk geurend, zoetig, ietwat kleverig vocht. Nog even geniet ik na met mijn bloemenveld. Als ik opgestaan ben draai ik me om, om mijn blauwe penisbloem nog een laatste keer te strelen. Hij kronkelt om mijn hand als een jong poesje. Ik ga weer verder. Voor me zie ik plots
een boom met een Ongemerkt is mijn hand naar de knobbel bovenin de boomkut gegaan. Mijn naakte lichaam tussen die grote schaamlippen gedrukt, die warmer en zachter zijn dan je zou verwachten. Zachtjes streel ik de knobbel. Is het de wind of is het iets anders wat de boom even doet kreunen? Na een poos ritselt er een tevreden zucht door de bladeren van de boom. Ik loop naar de boom tegenover me en streel de knoest aan het eind van die tak. Ook deze boom kreunt, steeds als ik mijn hand over die knoest strijk. Tenslotte buigen de twee bomen even dankbaar in mijn richting. Zou zo weinig al genoeg zijn voor een boom? Misschien wel, op andere dagen moeten ze het doen met slechts de streling van de wind.
Hier groeien tientallen varens. De bodem daaronder is bedekt met mos dat heerlijk zacht aanvoelt aan mijn blote voeten. Vermoeid door mijn ontmoeting met de penisbloemen en de bomen strek ik me uit op dat mos. Op mijn buik, armen wijd uitgestrekt, benen een beetje gespreid. Ik zink er diep in weg als in een zachte matras. Tussen de varens door filtert zonlicht dat warm op mijn huid schijnt. Ik snuif de geur op die uit het mos opstijgt. Een geur zoals ik die nog nooit geroken heb. Zoetig, maar tegelijk bitter. Plantaardig, maar met een dierlijke ondertoon. Een geur die de herinnering bevat aan het liefdesspel van vele generaties. Die een soortgelijke voorspelling inhoudt voor de generaties die nog moeten komen. Een geur die oerdriften wakker maakt. Als ik die in een flesje zou kunnen vangen, zou ik rijk zijn, zou ik nooit meer te hoeven werken. Want die geur, dat heerlijke aroma, het windt me zo op, dat ik in een spontaan orgasme uitbarst. Terwijl de minuscule bladerkransjes van de mosplantjes vochtig mijn naakte huid strelen, mijn buik en borsten, mijn hals, mijn wang, mijn dijen, giert de ene golf van genot na de andere door mijn lichaam. Machteloos geef ik me over aan varens en mos, mos en varens. Niet ik, maar zij bepalen wanneer ik weer verder kan gaan. Voor mij hoef ik daar nooit meer vandaan. Niets in de wereld kan belangrijker zijn dan dit. Maar de planten zijn verstandiger dan ik. De bedwelmende geur stopt voordat ik er aan onderdoor ga. Ik lig nog een tijdlang op het zachte bedje van mos, voordat ik weer voldoende energie verzameld heb om op te staan. Verder gaat het weer. Dieper het bos in. Langs donkere paadjes, smalle laantjes. Een beetje mysterieus is het hier. Alsof hier nooit een mens komt. Een bijzonder dikke beukenboom staat een beetje apart van de andere. Ik bekijk hem, loop er om heen. Hoe oud zou deze boom zijn? Wat zou hij allemaal meegemaakt hebben? Ik ga op één van de dikke wortelstronken staan en leun tegen de gladde stam. Dat had ik beter niet kunnen doen. Misschien ben ik door de heerlijke ervaringen in dit bos een beetje naïef geworden. Zo gebeurt het dat, voordat ik het zelf in de gaten heb, een rank van een slingerplant langs mijn been omhoog kronkelt. Ik kijk er geschrokken naar. Ik wil mijn been wegtrekken, maar de plant heeft me stevig in zijn greep. In korte tijd komen er meer ranken. Mijn andere been, mijn beide armen worden omslingerd. De dunne ranken zijn ijzersterk en ik ben onlosmakelijk aan de beuk geketend. Ik ruk en trek, maar ik ben machteloos tegen de krachten van de natuur. Ik roep: “Laat me los!” Het is als tegen dovemansoren. Meer ranken groeien langs mijn lichaam omhoog en onderzoeken het als met nieuwsgierige vingertjes. Twee dunne rankjes omslingeren mijn borsten, de dunste uiteinden kronkelen om mijn tepels. Steeds weer strekken ze zich om zich dan weer opnieuw om mijn tepels te wikkelen. Soms losjes, soms strak. Een tinteling gaat door mijn lichaam, een verlangen… Dan groeit er een nieuwe rank langs mijn been omhoog. Deze is dikker dan de anderen en ik weet meteen waar die heen zal gaan. Maar hij gaat daar niet rechtstreeks naar toe. Hij slingert om mijn linkerdij, om mijn rechter. Hij baant zich een weg tussen mijn billen en de bast van de beuk. Hij kronkelt over mijn buik, nog een keer achter me langs. Dan duikt hij naar beneden. Het topje bereikt mijn kut. Het kriebelt tussen mijn schaamlippen, streelt over mijn klitje. Minutenlang speelt het plagend met me. Weer ben ik een gevangene van de natuur. Weer geef ik me over. Nu is het mijn beurt om te fluisteren: “Neem me…” Deze keer spreek ik niet tegen dovemansoren. Resoluut groeit de rank mijn kut binnen. Daar groeit hij uit tot aanzienlijke proporties, tot hij me helemaal vult. En net als de dunne rankjes om mijn tepels lijkt ook deze tot leven te komen. Een tweede, kleiner rankje ontfermt zich nu over mijn klit. Het kriebelt er in onophoudelijke cirkeltjes omheen. De dikke rank binnenin me vibreert. Hij klopt ritmisch. Af en toe trekt hij zich iets terug om dan weer vol overtuiging naar voren te stoten. Na mijn ontmoeting met de penisbloemen en het geurende mos, dacht ik dat ik voor vandaag wel genoeg gehad had. Maar in de liefdevolle omstrengeling van deze slingerplant laat ik me opnieuw helemaal gaan. Met gesloten ogen, mijn mond halfopen, onderga ik zijn liefkozingen. Sidderend bereik ik steeds nieuwe, steeds hogere hoogtepunten. Totdat ik, klam van het zweet, verslapt in zijn ranken hang. De ranken houden me overeind. De zachte dunne uiteinden blijven me nog een poos strelen. Als ze merken dat mijn kracht terug komt, beginnen ze me voorzichtig los te laten. Een tikkeltje spijt voel ik als de rank uit mijn kut zich als eerste terugtrekt. Ik zal hem missen. Hij kronkelt langzaam terug over mijn lichaam en verdwijnt dan helemaal. Dan worden ook mijn benen vrijgelaten. De rankjes om mijn tepels verdwijnen. Als laatste worden mijn armen bevrijd. Ik neem afscheid van de beuk en loop weer verder. Hoe vaak heb ik niet eerder in dit bos gewandeld? En waarom is vandaag alles zo anders? Is dit niet een dag net als elke andere? Dan schiet het me te binnen: het is natuurlijk de maansverduistering van de afgelopen nacht. Die heeft iets wakker gemaakt in het bos dat normaal gesproken altijd sluimert. Wat staat me nog meer te wachten? Ik hoef niet lang te wachten om het antwoord op die vraag te ontdekken. Plotseling is de weg versperd door heel dicht struikgewas. Als ik wil omkeren, ontdek ik dat ook achter mij het pad versperd is. Ik kijk om me heen. Aan alle kanten groeien dezelfde ondoordringbare struiken. Als ik beter kijk zie ik dat er tientallen, honderden kleine rode bloempjes in bloeien. Geen gewone bloempjes. Nee, ze hebben de vorm van kleine mondjes met mooie volle lippen en elk met een klein tongetje. En het struikgewas groeit met verbazingwekkende snelheid. De afstand tussen mij en de struiken die net nog enkele meters bedroeg wordt allengs minder en voordat ik het weet ben ik er helemaal in opgenomen. Er kriebelt iets op mijn buik. Ik kijk omlaag en zie dat één van de bloemenmondjes zich tegen mijn huid drukt in een zachte, lange kus. Een tweede en een derde mondje volgen het voorbeeld. Meteen daarna voel ik soortgelijke kussen tegen mijn billen en mijn rug. Tegen mijn benen en mijn schouders. Een paar mondjes reiken naar mijn wangen en een heel ondernemend mondje drukt zichzelf heel even tegen mijn lippen. Meer en meer mondjes reiken naar mij en overdekken mijn hele lichaam met zachte, vochtige kusjes. Twee, drie mondjes buigen zich beurtelings om mijn lippen te kussen. De meest dappere van de drie laat haar tongetje even in mijn mond glippen. Op elk van mijn tepels zuigt zich een mondje vast. Beide laten ze hun tongetjes om mijn harde tepeltjes spelen. Overal op mijn lichaam voel ik nu de zachte bloemenlippen, van de puntjes van mijn tenen tot mijn kruin. Overal, behalve rond mijn kut. Tientallen mondjes kussen mijn dijen en buik, maar mijn kut laten ze onberoerd. Nog. Want allengs komen ze dichterbij.Beetje bij beetje. Als dan eindelijk de eerste bloemenmondjes mijn schaamlippen beroeren, gaat er een siddering door mijn lichaam. De liefdevolle strelingen van deze bloempjes zenden opnieuw stralen van genot door mijn lichaam. Ze zoenen mijn buitenste lipjes en als die uiteen wijken dringen ze daartussen. Ze sabbelen en zuigen, likken en kussen. Lange tijd blijft het daarbij, dan is er één ondeugend mondje dat klaarblijkelijk vindt dat het nu wel lang genoeg geduurd heeft. Het sluit zich om mijn klitje. Twee zachte lippen en een tongetje spelen met me. Ze hebben geen haast. Ik ook niet. Langzaam voeren ze me naar een nieuw hoogtepunt. Het is geen heftig, explosief orgasme zoals eerder, maar het zijn langzame kabbelende golven van intens genot. Als die dan na lange tijd wegebben, beginnen de mondjes zich ook terug te trekken. Als de laatsten mijn tepels hebben losgelaten lijken het net weer onschuldige rode bloempjes die aan de struiken hangen. Ik weet wel beter. De struiken wijken uiten en met een heerlijk loom voldaan gevoel wandel ik kalmpjes verder. Doelloos heb ik door het bos gedwaald. Urenlang, zonder me om de richting te bekommeren. Daarom verbaast het me ook zo, dat ik plotseling weer op bekend terrein ben. Voor me doemt de uitgang op, waarachter mijn fiets nog tegen een boom leunt. Op hetzelfde moment dat ik die in het vizier krijg, zijn ook mijn kleren terug. Mijn broek, mijn boots, mijn trui, mijn jack. Ik wandel het bos uit alsof er niets gebeurd is. Vastbesloten om na de volgende maansverduistering terug te keren. |
|||
|
|||
|