|
|
|||
| Lekke band (1) | |||
“Heb jij plakspullen?” Het is rond half twee als ik de het café uitloop. Ze kijkt me aan, haar blik een mengsel van wanhoop en kwaadheid. Haar fiets staat op de kop op het trottoir, de achterband ligt er af. Ik ken haar vaag, we komen elkaar wel eens vaker tegen hier in de kroeg. We hebben wel eens een paar woorden gewisseld, verder niet. Ze is niet onknap. Geen klassieke schoonheid, maar zeker aantrekkelijk. Ze heeft een ietwat spits gezicht met een smalle mond die meestal – anders dan nu – in een vriendelijke glimlach staat. Ze draagt haar donkerblonde haar zoals gewoonlijk in een kort vlechtje in haar nek, de slierten haar die aan de vlecht ontsnappen dansen nonchalant om haar hoofd. Nu zijn het er meer dan anders en ze plakken nat tegen haar gezicht. Het is opgehouden met miezeren, het is serieus begonnen te regenen. “Heb jij plakspullen?” herhaalt ze haar vraag. Ik schrik op uit mijn overpeinzingen. “Ja…” begin ik, maar bedenk dan dat ik te voet ben. “Nee, niet hier. Thuis wel.” “Daar heb ik wat aan,” zucht ze. “Nou, misschien toch wel, want ik woon hier maar vijf minuten vandaan.” “Ik dacht dat ik alles bij me had, heb de band er al af, het lek al opgespoord en nu blijkt dat mijn tubetje solutie is ingedroogd.” “Nou, als we je fiets meenemen, kunnen we hem bij ons in de gang plakken, daar is het droog.” Zo gezegd… Ze trekt de band snel weer om de velg en we zetten de fiets rechtop. Door de regen lopen we naar mijn huis. Daar, in het nauwe gangetje, plakken we de band. Als de klus geklaard is zeg ik: “Ik heb nog een fles wijn open, heb je zin?” Ze aarzelt een moment, dan zegt ze: “Nou, dat klinkt eigenlijk best verleidelijk, dan kan ik me misschien ook even een beetje opknappen…” Ze laat haar handen zien, die grijs zijn van het vuil. “Tuurlijk. Kom maar mee. By the way: ik heet Anna.” “Karin.” Ik wijs haar de weg naar de badkamer en geef haar een handdoek en een washandje. “Hier, je hebt ook een zwarte veeg in je gezicht die je misschien even weg wilt wassen.” “O, dat had ik nog niet eens gezien.” Ze kijkt in de spiegel. Dan trekt ze haar trui uit. Het T-shirtje dat ze er onder draagt, spant strak om haar lichaam. Ze heeft vrij kleine borsten, net iets groter dan die van mij. Geen bh, zie ik. Even later zitten we samen op de bank in mijn kamer, een glas wijn in de hand. Ze lijkt een beetje gespannen in de voor haar vreemde omgeving. “Mooie kamer,” zegt ze. “Een fantastische kamer. Ik ben er dolblij mee.” We praten een poosje over de problemen van de studentenhuisvesting, wisselen verhalen uit over schrijnende gevallen. Ze lijkt nu wat meer op haar gemak. Ik schuif wat dichter naar haar toe. We tasten elkaar af – wat studeer je? Wat zijn je hobby’s… Zo leren we elkaar een beetje kennen, maar de vraag die ik echt zou willen stellen, houd ik nog voor me. Bang dat ze terugkruipt in haar schulp. Intussen observeer ik haar onopvallend. Het haar is nog steeds vochtig. De slierten hangen wild om haar kleine oren. Haar spitse neus is ook vrij klein. Haar lippen smal, maar de glimlach is weer terug. Een mooie slanke nek. Haar T-shirt heeft een wijde hals. Niet wijd genoeg naar mijn zin, maar ja. Het laat in elk geval een deel van haar schouders zien, haar sleutelbeenderen waar haar huid glanzend overheen spant en de opwindende holletjes daar vlak boven. Het strijklicht over haar shirt maakt haar tepels zichtbaar als een kleine extra welving op de ronding van haar borsten. Een smal randje blote buik tussen haar shirtje en haar jeans. Een jeans die strak om haar smalle kont spant. Net, toen ze gebukt bij haar fiets zat, zag ik dat ze een fletsblauw broekje draagt. Witte sportschoenen, die ze nu uittrapt. Ze heeft kleine voeten met mooie, regelmatig gevormde tenen. Dat ze haar schoenen uitdoet is een goed teken: ze voelt zich op haar gemak. “Hoever is het eigenlijk naar je flat?” vraag ik wat later. Ze woont niet in het centrum, maar ergens in Zuid, heb ik begrepen. “Valt wel mee, in een kwartier ben ik er nu mijn fiets weer in orde is.” “Lopend was het dus zeker drie kwartier geweest?” “Minstens. Wel bijna een uur denk ik.” Ik werp een snelle blik op mijn horloge. Het is half drie geweest. “Het is al laat, je kunt ook wel blijven slapen, dan hoef je niet op dit ongoddelijke uur door de regen.” “Nee joh, das veel te lastig. Ik ben al lang blij dat je me zo geholpen hebt.” “Niks lastig, mijn bed is groot genoeg…” Ik knik naar de matras aan de andere kant van de kamer. Dit is het kritieke moment. Als ze nu opstaat is het voorbij. Dan lig ik straks alleen op die matras en droom ik van haar. Als ze blijft zitten… Ze blijft zitten. Ze kijkt me aan, onderzoekend, doordringend. “Nou… als het echt niet lastig is… het is inderdaad wel erg laat…” De grootste horde is genomen. Ik zou een zucht van opluchting willen slaken, maar ik onderdruk hem. “… maarre…” “Ja?” “… als je op seks uit bent…” Ik zeg niets, kijk haar afwachtend aan. Het duurt even voordat ze verder gaat: “… ik weet niet, ik heb nog nooit met een vrouw… ik heb sinds mijn lagere-school-tijd niet meer samen met een meisje of vrouw in één bed geslapen.” Ik verbijt mijn teleurstelling. Ik blijf opgewekt kijken. “Joh, dat maakt niet uit hoor, ik zal je niet opeten!” zeg ik, al is dat nou precies wat ik het liefst wel zou willen doen. Misschien heeft ze toch iets van mijn teleurstelling gemerkt. Na een poos stilte fluistert ze: “Hoewel ik soms wel eens nieuwsgierig ben… nieuwsgierig hoe het zou zijn…” Mijn hart jubelt. De deur die zojuist dichtgesmakt leek, staat toch nog op een kier. Ik schuif nog dichter naar haar toe. Ze slikt nerveus, maar ze schuift niet bij me vandaan. Ik leg mijn hand op haar arm en streel de blonde haartjes. Ze ademt een paar keer diep in en uit en ontspant dan weer. Ze kijkt me aan en glimlacht aarzelend. Ik moet oppassen dat ik niet te snel van stapel loop. Ik vraag: “Zal ik nog wat wijn bijschenken?” “Wacht maar, ik doe het wel even.” Dit geeft haar de kans om een moment afstand te nemen. Ze staat op om de fles te pakken, schenkt in en gaat weer zitten. Net zo dicht bij me als daarnet. We klinken, drinken. Ze likt haar lippen. O, dat puntje van haar tong, dat vochtig langs haar lippen glijdt… het maakt me week van binnen. Ik leg mijn hand weer op haar arm en laat mijn vingers langzaam omhoog kriebelen. Haar glimlach is bemoedigend. Vluchtig laat ik mijn vingers even langs haar borst strijken. Ze maakt haar rug iets hol, drukt haar borst wat naar voren… als dat geen aanmoediging is… Ik draai me meer naar haar toe en laat mijn beide handen nu vlinderlicht over haar T-shirt glijden. Over haar zij, van beneden naar boven. Lichtjes even over de zijkant van haar borsten. Ze ademt scherp in. Haar tepeltjes beginnen iets te bollen. “Mag ik je shirt uittrekken?” fluister ik. Ze kijkt me diep in de ogen. Ik kijk terug, smekend bijna. Tot mijn blijdschap knikt ze. Ik pak het vast en trek het omhoog. Ik houd mijn adem in als ik haar borsten onthul. Wat een heerlijkheden. Dan komt haar hoofd weer tevoorschijn. Ik kijk strak in die blauwe ogen. Ze lacht nog breder als ik mijn adem eindelijk laat ontsnappen. “Valt het mee of tegen?” vraagt ze. “Hoezo, valt het mee of tegen? Je weet zelf best dat je een mooie vrouw bent.” “Ik ben niet mooi.” “Welwaar. Niet mooi in de zin van een Julia Roberts, al kan je glimlach zeker met die van haar wedijveren. Dat is uiterlijke schoonheid die vergaat met de jaren. Maar je bent zeker aantrekkelijk en je hebt een uitstraling die bij je blijft, ook als je ouder wordt.” “Dank je…” fluistert ze verlegen. Ik trek mijn shirt ook uit – gelijke monniken… Dan trekt ze me tegen zich aan. Ik voel haar opwinding aan het kloppen van haar hart, aan haar snelle ademhaling. Ik hoef nu niet meer bang te zijn dat ik te snel ga. Als ik mijn vingers naar de sluiting van haar broek laat dwalen, eerst de knoop en dan de rits losmaak, volgt ze meteen mijn voorbeeld. Mijn jeans gaat uit, die van haar ook. We omhelzen elkaar opnieuw en wisselen een eerste zoen uit. Bij die eerste blijft het niet. Onderzoekende vingers verkennen mijn lijf. Ik streel haar zachtjes. Als dat een poos geduurd heeft fluister ik: “Zullen we het bed maar eens gaan opzoeken?” “Goed idee.”
|
|||
|
|||
|