home - bieb

 

 

 

  Betrapt - Fifi's baasje
   
 

Lees de voorgaande aflevering van de 'betrapt'-serie hier

Het is zondag. Zoals zo vaak in het weekend logeert mijn vriendin Sandra bij me. Gisteravond zijn we uit geweest en we hebben het laat gemaakt. Vandaag zijn we de dag lui gestart, pas tegen één uur rolden we uit bed voor een late brunch.

En nu, naar buiten gelokt door het mooie najaarsweer, het bos in voor een wandelingetje. Het is een typische zondagmiddag. Veel dagjesmensen onderweg. Zondagsrijders die 50 rijden waar 80 mag. Niet dat wij daar veel last van hebben, want we fietsen naar de bosrand en gaan vanaf daar te voet verder.

Dagjesmensen zijn kuddedieren. Ze verzamelen zich altijd op dezelfde plekken. Lage Vuursche is berucht, daar staat op dagen als deze een file in het hele dorp en ver er omheen. Een paar kilometer daarvandaan is niemand te zien, hier hebben we het bos voor onszelf.

Om ons heen de typische geur van een herfstbos. Het heeft de afgelopen dagen geregend en het is overal vochtig. Ideale omstandigheden voor zwammen, schimmels, pissebedden en alle andere opruimers van het afval dat zich op de bosgrond verzameld heeft. Nu de bladeren van de bomen zijn, is het hier open en licht. Er hangt een lichte nevel in de lucht en waar de zon door de boomkronen filtert werpt die schuine banen licht. Het is minder koud dan we verwacht hadden. Zo warm dat ik mijn jasje uittrek. Zoals altijd wanneer ik met Sandra ben, kletsen we over de meest uiteenlopende onderwerpen. Sport, politiek, onze laatste aankopen. En over het feestje van gisteren. Waar ik schaamteloos had zitten flirten met een leuke knul. Sandra plaagt me een beetje:

“Als jij je kans had gekregen en hem had meegenomen, dan had je nu misschien wel met die lekkere pik van hem tussen je benen gelegen.”

“He, het kan wel een beetje minder hoor,” ga ik een beetje verontwaardigd tegen haar betichtingen in. “Bovendien, hij heeft een vriendin.”

“Ja, en hij heeft gisteravond serieus overwogen om haar voor jou te laten vallen.”

“Dat weet je helemaal niet. En ik wist niet dat hij een vriendin had, anders had ik hem wel met rust gelaten.”

“Dat zal wel. Ik geloof er niets van. Je vond hem veel te leuk. Ik wed dat je nou al weer loopt te soppen, alleen maar bij de gedachte…”

“Soppen is overdreven…” kaats ik terug, waarmee ik indirect toegeef dat de gedachte aan die knul me best een beetje opwindt.

Sandra laat het onderwerp rusten. Dat is maar beter ook.

We komen bij een stapel vers gezaagd hout. Stammetjes dennenhout, allemaal in lengtes van ruim een meter, hoog opgestapeld naast het pad.

“Wat ruikt dat lekker,” zegt Sandra, terwijl ze voorover buigt en de geur opsnuift. Ik doe hetzelfde, samen staan we aan de boomstammen te snuffelen. Sandra loopt om de stapel heen. Ik hoor haar stem door een opening tussen het hout:

“Kom hier, waar de zon er op schijnt ruikt het nog lekkerder.”

Ik ga naar haar toe. Ze heeft gelijk. Daar waar de stammen door de zon opgewarmd worden, komt de harsgeur nog beter tot zijn recht. Sandra staat gebukt bij een stammetje waar een grote klodder hars uitgedropen is.

“Hier, lekker. Wil je ook eens ruiken?”

Ze gaat opzij om ruimte voor me te maken. Ik moet me diep bukken en net als ik die heerlijke harslucht opsnuif, voel ik Sandra’s hand op mijn kont. Ik kom overeind en ze legt haar andere hand op mijn buik. Ik voel haar tieten tegen mijn rug. Ik draai mijn hoofd opzij, naar links, want ik weet dat ik daar Sandra’s mond zal vinden. We zoenen.

Ik reik naar achteren en leg mijn hand op Sandra’s kont. Ze streelt de strook blote buik tussen mijn broek en mijn bloes. Mijn kutje, dat al vochtig is door ons gesprek net, wordt snel nog natter. Sandra hoef ik dat niet te vertellen, die weet dat zo ook wel. Ze maakt mijn broek los. Het is zo’n wijde flodderbroek en zodra de sluiting los is zakt hij tot op mijn enkels. Mijn broekje rukt ze naar beneden, tot op mijn knieën.

Plagend traag glijden haar vingers naar mijn kut. Tergend traag er overheen. Mijn ademhaling wordt kort en oppervlakkig. Ik kan haar wel aansporen om sneller te gaan, maar ik weet dat ze toch niet zal luisteren. We staan hier achter die stapel hout, zonbeschenen, beschut tegen de herfstwind, afgeschermd tegen de blikken van een toevallige voorbijganger op het pad. We hebben alle tijd en Sandra is zeker van plan de tijd te nemen. Met twee vingers van haar rechterhand spreidt ze mijn lipjes om met een derde vinger er tussen te spelen.

Intussen maakt ze mijn bloes open. Het gaat niet zo makkelijk met haar linkerhand, maar Sandra is niet iemand die snel opgeeft. Stuk voor stuk gaan de knoopjes los en dan trekt ze mijn hemdje tot boven mijn borsten.

Ogen gesloten, de zon op je gezicht, een vlaagje wind in je haar, de geur van verse dennenhars in je neus, bosgeluiden in je oren. Een mond op je mond, een strelende hand om je borst, ondeugende vingertjes op je kut. Wat wil je nog meer? Een natte neus tegen je been? Dat zeker niet. Ik open mijn ogen. Sandra merkt dat er wat aan de hand is, kijkt, haar handen bevriezen op mijn lichaam. Een pluizig wit mormel snuffelt aan mijn been. Ik hoop dat hij me niet met een boom verwart.

Pluizige witte mormels wandelen niet alleen in het bos. Ik kijk op en ja hoor: het baasje staat pal voor me, minder dan drie meter van me vandaan. Een man van middelbare leeftijd. Forsgebouwd, buikje, manchester broek en geruit flanellen overhemd. Een bekwijlde stok in zijn hand. Van het pad afgeweken om met zijn hond te spelen. Hij lijkt even onthutst als wij.

“Goedemiddag dames,” mompelt hij. Het ontbreekt er nog net aan dat hij zijn hoed even oplicht. Ik besef maar al te goed dat ik tussen het broekje rond mijn knieën en het hemdje boven mijn borsten naakt ben. Sandra’s handen op de kritieke plekken bedekken iets, maar lang niet alles. Tegelijk maken ze heel duidelijk waarmee we bezig zijn. Enkele seconden lang staan we alle drie stil. Alleen de hond draait kwispelend om ons heen. Dan zegt de man:

“Kom Fifi!”

Hij draait zich om en vertrekt in de richting van waar hij gekomen is. Fifi blaft één keer als afscheid en sprint dan achter hem aan.

“Die heeft morgen wat te vertellen op zijn werk,” zegt Sandra als we het geluid van zijn voetstappen nauwelijks nog horen. De hond blaft vrolijk in de verte.

“Zijn collega’s geloven hem toch niet,” antwoord ik.

Meer kunnen we niet zeggen, want onze monden vinden elkaar al weer. Ik heb even tijd nodig om mijn ritme weer te vinden, maar, zoals gezegd, Sandra is niet iemand die snel opgeeft.

Noot: de naam van de hond is gefingeerd om herkenning te voorkomen. In werkelijkheid heette hij Pluisje.

Lees de volgende aflevering van de 'betrapt'-serie hier

 

 

 

 
© anna 2005 Reacties: mail anna